Ook de toekomst bouw je met baksteen
Ontdek hoe we de woningbouwopgave kunnen versnellen en het Nederlandse straatbeeld behouden
Bekijk onze prioriteiten
Loop je door een stad of dorp in Nederland, dan zie je het meteen. Bakstenen gevels, klinkerstraten, daken vol met pannen. Deze keramische bouwmaterialen bepalen hoe Nederland eruitziet – en dat al eeuwenlang. Driekwart van de woningen in Nederland heeft een keramische gevel. Gemaakt van Nederlandse rivierklei, dóór Nederlandse bedrijven, vóor Nederlandse bouwprojecten.
Nederland heeft een forse opgave: 1,65 miljoen woningen voor 2050. De bouwkeramische sector staat klaar. Met bewezen kwaliteit, korte levertijden en slimme innovaties produceren we de bouwstenen voor woningen die generaties meegaan.
Maar versnellen lukt alleen als de randvoorwaarden kloppen: materiaalneutrale bouwregels, betaalbare en duurzame energie, en eerlijke waardering voor levensduur en circulariteit.
De toekomst bouwen we samen. Bouw je mee?
Onze prioriteiten
Materiaalneutraliteit en een realistische gebouwlevensduur als uitgangspunt
Geef de industrie die Nederland bouwt toegang tot betaalbare en duurzame energie
Eén set regels voor heel Nederland
Maak hergebruik van bouwmaterialen mogelijk
Waardeer de rol van keramiek bij Nederlands erfgoed en onze bouwidentiteit
Bouwer van de week
Lorem ipsum dolor sit amet, consetetur sadipscing elitr, sed (Bouwer) 2
Lorem ipsum dolor sit amet, consetetur sadipscing elitr, sed diam nonumy eirmod tempor invidunt ut labore et dolore magna aliquyam erat, sed diam voluptua. At vero eos et accusam et justo duo dolores et ea rebum. Stet clita kasd gubergren, no sea takimata sanctus est Lorem ipsum dolor sit amet. Lorem ipsum dolor sit amet, consetetur sadipscing elitr, sed diam nonumy.
Bouwer van de week: Erik Roerdink
Erik Roerdink is architect en partner bij De Zwarte Hond in Groningen, en de architect die baksteen inzet als middel om plekken te maken waar mensen zich thuis voelen. In de nieuwe Nijmeegse wijk Hart van de Waalsprong liet hij zien hoe eigentijdse nieuwbouw kan voortbouwen op de kenmerkende lokale baksteentraditie — met verfijnd metselwerk en rijke detaillering die het geheel echt en duurzaam verankerd maken in de stad.
Zijn blik op toekomstbestendige woningbouw besprak Erik op 2 jni met vertegenwoordigers van bouwmaterialensector en Kamerleden tijdens het seminar ‘Bouwen voor de Eeuwigheid’. Hij benadrukte dat innovatie hybride bouw mogelijk maakt, maar dat samenwerking daarbij nog belangrijker is dan de innovatie zelf.
Erik liet zien hoe baksteen en hout elkaar versterken: metselwerk op eigen fundering, gecombineerd met een houten binnenkant. Praktisch en bewezen. Zo werkt bouwen voor de lange termijn.
Onze expert
De uitdrukking is niet voor niets "steengoed".
De baksteen is een duurzaam product, gemaakt van grotendeels lokale grondstoffen. Laten we samenwerken zodat het keramisch product zichtbaar blijft in ons straatbeeld, zoals dat het al eeuwen is!
Nieuws
Echte duurzaamheid is bouwen voor generaties
Duurzaamheidsnormen bij woningbouw rekenen met een levensduur van slechts 75 of zelfs 50 jaar. Maar onderzoek bevestigt dat woningen van baksteen minstens 120 jaar meegaan. Door de rekenkundige levensduur wordt de CO₂-uitstoot van baksteen kunstmatig hoog voorgesteld. Een realistische duurzaamheidsnorm weegt levensduur, onderhoud, hergebruik en natuurimpact mee over de woninglevensduur. Wij pleiten voor materiaalneutrale beoordelingskaders die de werkelijke prestaties van bouwkeramiek weerspiegelen.
Levensduur en duurzaamheid
Woningen gaan dus niet 50 of 75, maar 120 jaar mee in Nederland. En mogelijk nog langer. Dat verkleint de bouwopgave, vermindert de klimaat- en milieubelasting en past in een circulaire (bouw)economie. Baksteen biedt onbenutte potentie; het blijft honderden jaren mooi en functioneel. Onze wereldberoemde grachtenpanden zijn het bewijs. Wij pleiten ervoor dit duurzame potentieel van baksteen te waarderen en te benutten.
Lange levensduur nu niet gewaardeerd
De huidige beoordelingskaders voor de duurzaamheidsscores van woningen, zoals de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) en de Whole Life Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP) houden geen rekening met de langetermijnvoordelen van baksteen. Lange levensduur, nauwelijks onderhoud en hergebruik aan het einde van de levenscyclus tellen niet of onvoldoende mee. Bouwmaterialen met een kortere levensduur profiteren juist van deze beoordelingskaders. Hun impact op klimaat en milieu wordt kunstmatig te laag voorgesteld. Dat bevoordeelt het gebruik van deze bouwmaterialen op onjuiste gronden. Om van de financiële gevolgen nog te zwijgen.
Van rekenmodellen naar realiteit
Deze beoordelingskaders sturen zo op materiaalsoort in plaats van op werkelijke duurzaamheidsprestaties over de volledige woninglevensduur. Waarbij producten met een korte levensduur te gunstig en die met een lange levensduur te negatief worden beoordeeld. Daarmee ontstaat een papieren werkelijkheid. Wie door een willekeurige stad loopt, ziet dat bakstenen en dakpannen veel langer meegaan dan 50 of 75 jaar en zo onze bouwcultuur vormgeven.
Stimuleer de sterke kwaliteiten van bouwmaterialen
De sector pleit voor materiaalneutrale beoordelingskaders die levensduur, onderhoud en onderhoudskosten, hergebruik en natuurimpact meewegen over de realistische woninglevensduur van 120 jaar. Niet minder regels, maar betere regels — die de werkelijkheid weerspiegelen. Die bijdragen aan klimaat-, milieu- en circulaire doelen en de bouwopgave versnellen en betaalbaar maken. Waarbij materialen op hun prestaties worden toegepast en gecombineerd, zodat ze elkaar versterken. Bijvoorbeeld keramische bakstenen en dakpannen gecombineerd met een houten gebouwkern en biobased isolatie.
Wat de sector nodig heeft:
- Verhoging van de levensduur van keramiek in duurzaamheidsnormen en in rekenmodellen, zoals de MilieuPrestatie Gebouwen en Whole Life Cycle Global Warming Potential, naar 120 jaar.
- Materiaalneutrale eisen zonder regionale en lokale aanvullingen.
- Beoordelingskaders die de volledige levenscyclus van bouwmaterialen meenemen.
De keramische sector wil verduurzamen. Maar fabrieken in de randregio’s wachten nog op energie-infrastructuur
De keramische sector heeft een concreet plan om 55% minder CO₂ uit te stoten in 2030. Onderzocht is hoe met waterstof, elektrificatie en biogas het aardgasgebruik kan worden afgebouwd. Door investeringen in groene energie-infrastructuur en productieprocessen wordt baksteen misschien wel het duurzaamste bouwmateriaal in de nabije toekomst. Maar de sector kan deze weg naar verdere verduurzaming niet alleen afleggen.
Van gas naar kans
De bouwkeramische sector gebruikt jaarlijks ongeveer 225 miljoen m³ aardgas bij het droog- en bakproces van enorme aantallen bakstenen, dakpannen en tegels. De omzetting van hernieuwbare klei naar keramiek vereist hoge temperaturen en voor de vervanging van aardgas is dan ook vooral waterstof nodig. Voor de energietransitie is de Technology Roadmap Bouwkeramiek 2030 opgesteld, met concrete investeringsplannen in elektrificatie, waterstof en circulaire productieprocessen. De fabrieken kunnen relatief eenvoudig worden omgebouwd naar waterstof en hebben een constant energieverbruik. De sector kan juist daarom een aanjager zijn van de Nederlandse waterstofeconomie.
Energie-infrastructuur regio blijft achter
De meeste keramische fabrieken staan in Gelderland en Limburg, in landelijke gebieden langs de grote rivieren. Precies daar ontbreekt de aansluiting op de hoofdinfrastructuur die de transitie mogelijk maakt. Er zijn nog geen concrete plannen voor de aansluiting op waterstofnetten, netcongestie blokkeert elektrificatie en vergunningstrajecten voor eigen energieopwek duren jaren. Fabrikanten staan op wachtlijsten zonder zicht op een aansluitdatum. De facto staat verduurzaming daardoor stil. Intussen lopen de energiekosten op door volatiele gasprijzen en stijgende CO₂-heffingen. En wordt de concurrentiepositie nog verder gedrukt door CO₂-gerelateerde bouweisen. Dat put de financiële reserves uit die juist nodig zijn om te kunnen investeren in verduurzaming.
Geografische ligging benutten
De sector neemt zelf initiatief. In Gelderland werken zes fabrieken samen in Brick Valley. In Limburg bundelen keramische fabrieken hun vraag via CLEI en in het noorden van Nederland wordt gewerkt aan een lokaal waterstofnetwerk. Maar deze initiatieven kunnen alleen slagen in samenwerking met de overheid. De kansen zijn er. Veel keramische fabrieken liggen in de buurt van het waterstofhoofdnetwerk. Bijvoorbeeld in Limburg en bij de aftakking van het waterstofnetwerk richting het Ruhrgebied, bij Zevenaar. Samen met de nationale en regionale overheden kan de keramische sector in Nederland verduurzamen en een vliegwiel zijn voor de groene waterstofketen in Nederland.
Wat de sector nodig heeft:
- Versnelde aanleg van waterstof- en elektra-infrastructuur.
- Betaalbare netwerk- en energiekosten, vergelijkbaar met buurlanden.
- Financieringsmogelijkheden voor investeringen in elektrificatie, waterstof en CCS.
- Een sectorgerichte NPVI-Versnellingstafel Keramiek, waarin overheden, netbeheerders en de sector samen de transitie versnellen.
Uniforme bouwregels maken woningbouw sneller en goedkoper
Elke gemeente en provincie die extra bouwnormen toevoegt, vertraagt woningbouw en verhoogt de kosten. Dat kan anders. Nederland moet ongeveer 1,65 miljoen woningen realiseren voor 2050. De bouwsector staat klaar, maar stuit keer op keer op een veelkoppig stelsel van lokale en regionale aanvullingen op landelijke bouwnormen. Deze eisen aan materiaalgebruik, duurzaamheid of circulariteit, betekenen extra aanvraagprocedures, nieuwe berekeningen en langere doorlooptijden. Maar deze eisen leiden niet tot meer of betere woningen.
Lokale regels remmen woningbouw
Lokale aanvullingen op landelijke normen zijn een rem op de realisatie van Nederlandse woningen. Bouwers en ontwikkelaars moeten per project schakelen tussen verschillende eisen. Dat kost tijd, geld en vergroot de risico’s, omdat de bouwmarkt gevoelig is voor vertraging, schaarste en prijsschommelingen.
Nationale regie is nodig
Uniforme landelijke bouwregelgeving zonder lokale aanvullingen vergroot de voorspelbaarheid voor bouwers, versnelt projecten en verlaagt kosten. Het neemt de autonomie van gemeenten niet weg, maar zorgt dat landelijke doelstellingen ook daadwerkelijk worden gehaald. Voor lokale politici is dat ook goed nieuws: minder en uniformere regelgeving betekent sneller resultaat bij de bestrijding van het lokale woningtekort. Zo hebben gemeenten in heel Nederland er straks een straatje bij.
Wat de sector nodig heeft:
- Landelijke uniforme bouwnormen zonder lokale en regionale aanvullingen.
- Een helder en voorspelbaar vergunningsstelsel dat doorlooptijden verkort.
- Betrokkenheid van de bouwmaterialen-, bouw- en architectuursector bij het harmoniseren van bestaande regels en normen.
Bakstenen en straatklinkers hergebruiken? Regelgeving werkt tegen
Jaarlijks komen miljoenen straatklinkers beschikbaar voor hergebruik. Ze zijn klaar voor een tweede leven. Keramische fabrikanten innoveren ook op het hergebruik van metselbakstenen en de verwerking van reststromen uit het productieproces tot grondstof voor nieuwe keramische producten. Maar regelgeving (duurzaamheidsnormen) stimuleert dat onvoldoende en werkt vaak averechts, terwijl hergebruik en circulair bouwen hoog op de politieke agenda staan. Tweedehands bakstenen zijn geliefd om hun patina en bewezen kwaliteit, maar dat wordt in duurzaamheidsnormen nauwelijks gewaardeerd. Dat is een gemiste kans voor de sector én voor de klimaat-, milieu- en circulaire doelen
Keramiek is bij uitstek geschikt voor hergebruik
Bij de sloop en restauratie van woningen, straten en gebouwen komen jaarlijks grote hoeveelheden bakstenen, klinkers, dakpannen en tegels vrij. Technisch zijn deze materialen uitstekend opnieuw te gebruiken. Straatklinkers spannen de kroon en hebben een hergebruikspercentage van maar liefst 90%, zoals blijkt uit onderzoek van CE Delft en Royal Haskoning. Ook keramische dakpannen worden vaak hergebruikt. Met droogstapelsystemen zijn baksteengevels volledig circulair op te bouwen — zonder mortel, dus volledig losmaakbaar. Met losmaakbare lijm kunnen keramische tegels eenvoudig worden geoogst en hergebruikt. Keramische producten die niet worden hergebruikt worden in stijgende volumes benut als secundaire grondstof voor nieuw bouwkeramiek. Zo draagt de sector bij aan de verdere ontwikkeling van de circulaire economie.
Beloon circulariteit en hergebruik
Hergebruik van keramische producten, zoals straatklinkers, bakstenen, dakpannen en tegels, verdient een positievere waardering in duurzaamheidsnormen. Zodat bouwpartijen vaker voor hergebruik kiezen, waar ze nu vooral nieuwe producten kiezen vanwege prijs en gemak. Dat moet anders. Daarnaast geldt ook voor secundaire grondstoffen — waarbij oude keramische producten als grondstof dienen voor nieuwe — dat wet- en regelgeving en vergunningverlening de praktijk moeten bijhouden. Nu loopt de sector vast op trage procedures en onduidelijke kaders. Dit vertraagt de ontwikkeling van circulaire bouwstromen. De grondstoffen liggen er al. De sector staat klaar. Nu moeten de regelgeving en normering volgen.
Wat de sector nodig heeft:
- Werkbare vergunningen voor circulaire bouwstromen.
- Eerlijke classificatie van hergebruikte keramische materialen.
- Een positieve LCA-waardering voor hergebruik van bouwmaterialen.
Baksteen kleurt het Nederlandse erfgoed en onze leefomgeving
Van de grachtengordel tot de nieuwbouwwijk: bouwkeramiek bepaalt al eeuwenlang hoe Nederland eruitziet. Maar liefst 75% van de woningen heeft een baksteengevel. Het Rijksmuseum, het Binnenhof, de straatklinkers in de binnenstad, de dakpannen op het eigen huis — ze zijn gemaakt van Nederlandse klei. Dat straatbeeld is geen toeval. Het is het resultaat van eeuwen vakmanschap en een gedeeld gevoel van waar wij ons thuis voelen
Baksteen beschermt
Bouwkeramiek heeft niet alleen een esthetische functie. Keramische bakstenen en dakpannen beschermen kwetsbaardere materialen — hout, stro, hennep, riet — al eeuwen tegen brand, weer, wind en vocht. Zo kunnen biobased bouwstoffen aan de binnenzijde van woningen optimaal worden benut, terwijl keramiek aan de buitenzijde bescherming en levensduur biedt. Baksteen woningen gaan gemakkelijk 120 jaar mee en vragen nauwelijks onderhoud. Toch wordt deze brede functionaliteit, lange levensduur en culturele kwaliteit nauwelijks meegewogen in duurzaamheidsnormen. Nieuwe materialen en bouwtechnieken veranderen het aanzicht van wijken en steden — niet altijd omdat architecten of bewoners dat willen, maar omdat de regelgeving daarop stuurt.
Innovatie en herkenbaarheid kunnen samengaan
Keramiek staat niet stil. Producenten verduurzamen door de ontwikkeling van slankere producten, circulaire gevelsystemen en het gebruik van secundaire grondstoffen en hernieuwbare klei. Prefab-oplossingen en nieuwe verwerkingsmethoden zorgen voor meer bouwsnelheid en kostenreductie. Dé baksteen bestaat allang niet meer — het is een veelzijdig product geworden dat zich blijft ontwikkelen, maar tegelijkertijd herkenbaar Nederlands blijft. Rijksbouwmeester Francesco Veenstra waarschuwde bij Nieuwsuur terecht voor ‘kiloknallerarchitectuur’ als de regering alleen inzet op kwantitatief bouwen. We moeten juist bouwen voor mensen, zodat zij zich thuis voelen, met materialen die verhalen vertellen. Baksteen is dat materiaal.
Herken en waardeer wat Nederland herkenbaar maakt
Erfgoed is wat door de eeuwen is overgeleverd en waaraan dagelijks wat wordt toegevoegd. Baksteen past bij toen én nu. Het is het bouwmateriaal waardoor ook de komende generaties zich thuis zullen voelen in hun woonomgeving. Wij vragen welstandscommissies, rijksbouwmeesters en architecten: geef baksteen de ruimte in nieuwe ontwerpen. Niet uit nostalgie, maar omdat het een materiaal is dat zich blijft vernieuwen en dat past bij wie we zijn. Laat innovatie en herkenbaarheid samengaan. Zodat Nederland er ook over honderd jaar uitziet als Nederland.
Wat de sector nodig heeft:
- Erkenning van bouwkeramiek in welstandsbeleid en rijksbouwmeesteradviezen.
- Beoordelingskaders die esthetische en functionele waarde meewegen naast milieuprestaties.
- Ruimte voor architecten en ontwerpers om innovatie en bouwidentiteit te combineren.
Echte duurzaamheid is bouwen voor generaties
Duurzaamheidsnormen bij woningbouw rekenen met een levensduur van slechts 75 of zelfs 50 jaar. Maar onderzoek bevestigt dat woningen van baksteen minstens 120 jaar meegaan. Door de rekenkundige levensduur wordt de CO₂-uitstoot van baksteen kunstmatig hoog voorgesteld. Een realistische duurzaamheidsnorm weegt levensduur, onderhoud, hergebruik en natuurimpact mee over de woninglevensduur. Wij pleiten voor materiaalneutrale beoordelingskaders die de werkelijke prestaties van bouwkeramiek weerspiegelen.
Video’s
Woningbouwopgave
Duurzaamheid
Huier steht was für VIdeo 3
Hier steht was für VIDEO 2
At rerum repudiandae, nostrud eaque quas. Quis soluta, fugit, numquam error, nisi bibendum imperdiet architecto deleniti ex ad ad varius, voluptatum pede consequuntur eaque arcu? Aenean maxime, debitis. Mus gravida porta eleifend etiam ea natoque possimus? Earum pharetra laoreet. Netus. Vestibulum diam suscipit? Nesciunt quas, non, eligendi illo, voluptate viverra.